Aangezien ik me had voorgenomen om vanaf maandag 10 augustus weer aan het werk te gaan, leek het er voorlopig op dat het eventjes over zou zijn met het vogelen.
Al snel werd echter duidelijk dat de woensdag en donderdag interessante dagen zouden worden om weer eens de duinen ten noorden van Nes op Ameland te vereren met een bezoekje.
Het werk liet het nog maar net toe maar donderdagochtend was ik net op tijd om de eerste boot om 07:30 uur vanuit Holwerd op te kunnen wandelen. Tegen 9-en was ik TP en had ik me gesetteld in een beschutte duinpan vlak naast de telpost.
De scoop stond nog maar net en de pijnlijke rug was nog een paar kwartier verwijderd toen, tot mijn grote verwondering, al een pijlstormvogel werd gevonden, keilend en wel, soms betrekkelijk hoog opvliegend vanuit de golfdalen. De bovenzijde was erg donker (dus geen Kuhl's) en de grootte was gemiddeld, tussen de grotere pijlen en de kleine soorten in. De onderzijde was verre van smetteloss wit maar duidelijk had de vogel geen donkere bruine buik. De donkere tekening in de oksels kon ik niet ontdekken omdat de vogel daarvoor waarschijnlijk net iets te ver weg vloog. De conclusie was op zich snel duidelijk; de vogel was kleiner dan Kuhl's, kleiner en valer dan grauwe met kortere vleugels en groter en donkerder (onderzijde) dan Noordse.
Al binnen een kwartier was mijn eerste vale pijl van Friesland in "de pocket"!
Nog geen uur later was de tweede al zelfs een feit, een stuk dichterbij de kust dan de eerste zelfs. Deze was helemaal mooi te zien waarbij alle kenmerken goed konden worden gezien en waarbij het uitsluiten van andere pijlen voor de verandering erg gemakkelijk was. Ook wel eens fijn...
Tussen beide waarnemingen in werd ver op zee nog een pijlstormvogel gezien. Helaas kon ik hier weinig van maken, de vogel vloog eenvoudigweg te ver weg om enige duidelijkheid te kunnen geven. De grootte was als van een vale maar zoals iedere zeevogelaar weet, kan de grootte bedriegelijk zijn. Alle pijlstormvogels vlogen overigens richting het Westen.
Ongeveer een uurtje later werd zelfs een 4e pijl ontdekt. Dit keer een (duidelijke) grauwe pijlstormvogel. Drie visserschepen waren vlak voor de kust aan het vissen en trokken tientallen meeuwen en een paar juveniele Jan-van-Genten aan. Toen ik deze groep aan het afzoeken was, vloog deze grauwe pijl opeens mijn beeld binnen. Niet zo dichtbij als tijdens de zeetrektripjes in het najaar maar toch erg leuk en goed, af en toe in het water plonsend, te zien.
Verder werden nog 127 zwarte zeeëenden geteld, 19 Jan-van-Genten waarvan ongeveer 60% in een juveniel kleed, enkele tientallen grote sterns en een paar handen vol Noordse dieven (niet naar gekeken eerlijk gezegd).
Vanaf de boot weer terug richting het vasteland werd de slechtvalk op zijn vaste gele paal waargenomen. Op de heenweg kon ik hem niet ontwaren maar op de terugweg zag ik 'm duidelijk tussen de spijlen zitten.
Al met al een zeer geslaagde dag. Jammer dat niemand meekon en kon delen in de feestvreugde maar ik ben zeer verheugd deze lastige Friese soort bij te kunnen schrijven, nummer 298. Op naar de 300!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten