Míjn echte voorjaar begon eigenlijk pas tijdens het derde weekend van april; de 16e op de Kale Duinen en de 17e in de Brabantse Biesbosch. In totaal konden er 17 echte zomergasten of doortrekkers worden genoteerd. Het hoogtepunt op zaterdag was eigenlijk wel de steenuil die na vorig jaar op dezelfde locatie diverse keren gedipt te hebben, nu gemakkelijk binnen werd gehengeld. Op de Kale Duinen zelf was het gruwelijk lekker weer en ik heb flink genoten van de eerste zingende (roodborst)tapuiten, boomleeuweriken, bonte vliegenvangers en roepende koekoeken. Ook mijn derde eekhoorn ooit voor Friesland kon hier worden waargenomen.
Het minpuntje van de dag was het feit dat de auto er de brui aan gaf om goed te doen waarvoor deze ooit was aangeschaft. Al een tijdje vertoonde de auto af en toe het mankement dat deze tijdens het rijden als het ware aan het remmen was maar meestal kon ik met wat trucjes het tij wel keren. Dit keer lukte het echter niet meer om thuis te komen. Dientengevolge stond ik rond het middaguur op een hele mooie plek langs de Wâldwei op een nogal gevaarlijk ogend pech-inhammetje anderhalf uur te wachten op de pechdienst die me vervolgens weigerde te slepen naar Dronrijp waar ik eventueel wel een vervangende auto zou kunnen krijgen.
“Deze dienst wordt in het weekend niet geleverd”, kreeg ik te horen! De enige mogelijkheid was om er zelf heen te rijden maar dan wel ….. zonder te remmen! Uiteindelijk lukte het me om heelhuids Strikwerda (garage te Dronrijp) te bereiken alwaar ik het probleem zo goed mogelijk probeerde uit te leggen en waar vervolgens een leenauto werd betrokken.
De dag erna, zondag 17 april moesten we naar Hendrik-Ido-Ambacht voor een wedstrijd van Jente. Er werd besloten om de dames af te zetten zodat ik op ontdekkingstocht in de Biesbosch kon gaan. De beide boys waren te logeren bij pake en beppe en zouden we later op de dag ophalen.
Het was leuk vertoeven in de Biesbosch al dipte ik nagenoeg alle doelsoorten (Amerikaanse wintertaling en buffelkopeend) door het hebben laten liggen van de telescoop in de pech-auto.
Wel lukte het (natuurlijk) om Cetti’s zanger aan de jaarlijst toe te voegen en ook nachtegaal, rietzanger, kleine karekiet, sprinkhaanzanger en grasmus konden er niet meer aan ontkomen om op de lijst van 2011 te belanden. Een overvliegende zwarte wouw was verder ook wel het vermelden waard!

De eerste visdiefjes van het jaar moesten het dippen van de buffelkopeend goedmaken en de wellicht zeldzaamste soort kwam op de lijst in het gehucht “De Kwakel”. Hier zong al enige dagen een Iberische tjiftjaf. Al vanuit de auto werd de vogel goed gehoord en een wandelingetje samen met dochterlief (die ‘m nu tenminste ook kan bijschrijven) richting boom waar de vogel vanuit zong, zorgde voor een fraaie voorstelling.
De week die volgde was zoals het voorjaar eigenlijk hoort te zijn; lekker weer en fantastische vogels. De draaihals trapte dit jaar af en zorgde bij velen voor een nieuwe tick of Friese soort (maar niet voor mij). Deze fraaie maar vreemde eend in de bijt van de spechten soortengroep werd ontdekt op de uitkijkbult van de Ryptjerksterpolder alwaar hij of zij zich gedurende de dag af en toe fraai liet zien. Ik wilde mijn werk niet in de steek laten temeer omdat het akelig druk deze week was en besloot daarom na werktijd verrekijker en fototoestel thuis op te halen en meteen door te rijden naar de bult. Hier trof ik Harm, Geert en Jeroen Breidenbach aan die de vogel al leuk hadden gezien (en gefotografeerd). Geduld was noodzakelijk maar werd uiteindelijk beloond met leuke kiekjes als resultaat. Onder andere Hiele en Marchel konden worden gefeliciteerd met een nieuwe en fraaie Friese soort, voor Harm en Geert was de soort helemaal nieuw zelfs! Allemaal ook via dit medium; van harte!

De bonus was er vandaag in de vorm van een eerste mitrailleur voor 2011; he’s back! (voor de niet-vogelaars onder ons; hiermee wordt de zang van de braamsluiper bedoeld, zie deze: http://waarneming.nl/soort/sounds/78 link voor wat met een mitrailleur van de braamsluiper wordt bedoeld).
Nog diezelfde dag alleen in ongeveer het laatste licht van de dag ontdekten Roef en Rommert in de Ezumakeeg een vrouwtjestype steppekiekendief die in het rietveld op de Sennerplaat besloot te gaan overnachten. Dit betekende een kans op steppekiekendief in Friesland wanneer de vogel kon worden opgewacht in de vroege uurtjes op de woensdagmorgen….. Dit gegeven zorgde voor een nerveuze vader des huizes. Er werd gemaild, gebeld en de nodige sms-jes werden verstuurd. Nog steeds zat ik met een tijdelijke auto en dus zonder telescoop; een instrument wat toch behoorlijk onontbeerlijk is bij het zoeken naar en het bekijken en determineren van kieken op afstand. De eerste poging om een scoop te kunnen lenen was behoorlijk teleurstellend te noemen (zeker achteraf gezien…), de tweede was een stuk succesvoller en een kleine 10 minuten later stond ik in Goutum om de scoop van Jaap op te halen. Bedankt man, that’s what friends are for!
Er werd met Rommert gebeld en zoveel mogelijk info werd opgevraagd. En nu maar hopen: No guts no glory.. Iets over vieren ging de wekker en werd ik voor de 3e of 4e keer die nacht wakker. Dit keer mocht ik er ook écht uit (ik slaap nogal onrustig met het vooruitzicht zoals deze…) en een kwartiertje later stond ik in de vroege en donkere maar met volle maan verlichte nacht buiten. Natuurlijk bleek ik veel te vroeg ter plaatse te zijn waardoor ik kon genieten van de volle maan (in de scoop) en een kakofonie van geluiden in de Keeg. Een half uurtje later sloten twee Hollanders zich bij me aan; zowaar waren Alwin en Christaan helemaal uit Amsterdam e.o. richting randje Noord Friesland gereden (naar eigen zeggen in anderhalf uur) om eenzelfde soort poging als ik te wagen.
Ook zij waren nog zelfs te vroeg want pas over zessen ontdekte Alwin de vogel op nagenoeg de exacte plek als Rommert mij gisteren had aangegeven. We hadden de vogel gedrieën snel in de scoop en konden de vogel langere tijd goed volgen terwijl deze westwaarts vloog richting akkers om waarschijnlijk te gaan zoeken naar een smakelijk ontbijt.
Jammer dat de vogel zich niet beter (en liever wat later in de ochtend met beter licht) liet zien. De vogel vorig jaar in Noord Holland liet zich beter zien maar de gehele entourage eromheen was erg leuk. Er werd nog een uurtje in de omgeving gezocht maar helaas zonder concrete resultaten (op slechtvalk en ruigpootbuizerd na). Ruim voor 8-en was ik alweer op weg naar Leeuwarden.
De week was echter nog niet om. Donderdag kon ik mijn eerste huiszwaluw en mijn eerste gierzwaluw bijschrijven en vrijdag werd na het werk (heerlijk dat het tegenwoordig weer wat langer licht blijft) nabij Veenwouden een 7-tal stelkluten bewonderd!

Zaterdag 23 april was een zaterdag van grote frustraties en een hoop zenuwachtig bel, - en sms-verkeer. Het leek wel of heel vogelend Nederland buiten aan het spelen was en men de ene na de andere mooie ontdekking wereldkundig maakten. Mijn frustratie bestond uit het feit dat ik niet in het veld was maar thuis met de kids (niet dat dat niet leuk was en we hebben zeker wel een paar leuke dingen gedaan; al kan ik inmiddels geen glijbaan meer zien…..). Er werden snode plannen gesmeed voor de komende dag. Na wederom een kort en onrustig nachtje werd een drietal fanatieke vogelaars zondagochtend vroeg uit Leeuwarden losgelaten op weg naar het Zuiden. Gelukkig was de auto met scoop weer terug en konden we goed geprepareerd op weg om de Ross’ meeuw op de levenslijst te gaan zetten. Dat dit uiteindelijk nog lukte werd lange tijd gedurende de autorit niet gedacht. De “piep in de rug” bleef namelijk uit en pas bij aankomst werd van een andere vogelaar vernomen dat de vogel net was herontdekt… Een sprintje kon niet uitblijven en enigszins nog nahijgend kon de vogel vervolgens in de scoop worden gezet.
Yes: Lifer!!

Een prachtig mooi adult winterkleed Ross’ meeuw (hét symbool van de Dutch Birding Association) was op slechts enkele tientallen meters afstand op het slik aan het foerageren; het is moeilijk om niet nog meer uitroeptekens te gebruiken! De high 5’s waren niet te tellen en opgelucht werden met nog trillende handjes (niet alleen ondergetekende) wat foto’s gemaakt. Wat een prachtige witzilveren vogel met als finishing touch die fraaie roze zweem; zo worden ze tegenwoordig niet veel meer gemaakt!

Na ongeveer een uurtje waren ook wij weer gekalmeerd en was het tijd voor iets anders; de ringsnaveleend zouden we gaan proberen. Onderweg er naartoe kreeg ik een belletje van André Sikkema dat er op hetzelfde slik als waar de meeuw zat, ook een blonde ruiter was ontdekt en aangezien de ringsnaveleend moeilijk deed, het gebied vrij onbekend en onoverzichtelijk was, besloten we alweer snel om terug te keren naar meeuw en ruiter. Dit was mijn 5e ofzo alweer maar voor de Dijkstra boys en Jeroen was ‘ie nieuw en dus erg leuk!
De volgende bestemming was een stukje Noordwestelijker in de buurt van Katwijk. Zowel Dirk (Kuijt) als een morinelplevier werden echter niet gevonden en omdat Jeroen aan de late kant was voor zijn volgende afspraak met familie, werd besloten vroegtijdig het gebied te verlaten. Dat we dit niet hadden moeten doen en gewoon nog een stukje verder hadden moeten lopen, bleek later toen de vogel gewoon weer werd gemeld. Jammer maar helaas….
Toch reden we met een brede smile weer huiswaarts, de target in de vorm van de meeuw was binnen. Daar ging het tenslotte om. De bonus van de blonde ruiter was mooi meegenomen. Het was een uitstekende en nuttig bestede 1e paasdag!
Gelukkig vieren we in Nederland Pasen altijd over twee dagen verspreid; dit leverde me een heuse en lang verwachte griel op. Overdag werd heerlijk met het gezin genoten van een fantastisch paasontbijt en in De Groene Ster (met o.a. zingende nachtegalen en braamsluipers) hebben we ’s middag heerlijk genoten van het prachtige weer. Dat ook hier de glijbaan weer uitvoerig werd getest mag als vanzelfsprekend worden beschouwd.
Tegen het einde van de middag werd echter duidelijk dat de gisteravond laat ingevoerde waarneming van een griel een goede was (met bovendien een dijk van een foto als bijlage) en dat de vogel zich ook op 2e paasdag af en toe geweldig liet zien. Een consult met de vrouw des huizes werd positief beëindigd en zodoende kwam het dat een paar minuten later alle kinderen (en vrouw) een kus hadden gekregen en we wederom in de auto belandden voor een ritje om de griel te pakken te krijgen (wederom dankzij de zomertijd). Om kwart voor zeven was dit het geval; in dezelfde omgeving als 2 jaar geleden de steppevorkstaartplevier zich bevond, stond ook nu weer een rijtje auto’s met mensen ernaast door telescopen en verrekijkers te turen. Ik stapte snel uit, de vogel bleek nog in beeld te zitten en snel werd mijn eigen telescoop opgezet om de vogel te zoeken. Zonder noemenswaardigheden lukte dit en kon ik genieten van mijn eerste Nederlandse griel! Twee nieuwe Nederlandse soorten in twee dagen; het kan slechter….
De vogel kon leuk worden bekeken, verorberde met wat hak, - en breekwerk vooraf op een gegeven moment zelf een (veld)muis en toonde af en toe wat interactie met de hier nog talrijk aanwezige grutto’s. Op de weg terug maar nog in het gebied werd nog een jagend juveniele grauwe kiekendief waargenomen en ook de blonde ruiter bleek nog aanwezig. De Ross’ meeuw lijkt vertrokken maar nu de meeste mensen het diertje toch wel moeten hebben gezien (sorry Jaap) is dat niet erg, op naar de volgende; het voorjaar is écht aan gang!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten