donderdag 28 januari 2010

Lifer and more..

Ik heb een leuk en vogelrijk weekend achter de rug en ja, wie niet?
Ik denk dat inmiddels bijna elke twitcher het knusse Wergea heeft aangedaan en ook ik was erbij, als een van de eerste zelfs. Wat in de ochtend niet lukte werd in de namiddag onder het aangename gezelschap van Jaap goedgemaakt met als score de eerste Oosterse tortel van Nederland in de vorm van de ondersoort “Meena”. Een paar bewijsplaatjes konden worden gemaakt maar omdat de vogel eindelijk rust gevonden leek te hebben in het parkachtige landschap achter de grote kerk en daar geen goed zicht op de vogel was, werd de vogel relatief al snel alleen gelaten en keerde ik met een tevreden gevoel huiswaarts.

Leuke toevoeging van de dag was een vuurgoudhaantje die zich even kort maar leuk liet zien. Ook dit was de eerste van het jaar en hoeven we dus in het najaar niet meer uit de bosjes te trekken.

Op http://www.waarneming.nl/ is natuurlijk weer een hele discussie losgebarsten over de status en herkomst van de vogel en doordat deze tortel veel gelijkenissen vertoont met de veel algemenere zomertortel is enige discussie ook op z’n plaats. Sommigen gaan echter te ver en lijken wel niet te willen dat er een nieuwe Nederlandse soort op de lijst zal gaan komen. Toch denk ik dat zij het onderspit zullen moeten delven want bijna alle argumenten in de vorm van de afwijkende hpp (handpenprojectie), het verenpatroon en het inmiddels licht beschadigde verenkleed zijn weerlegd. M’n 3e nieuwe soort (na de zwarte zeekoet van Zeeland en de troepiaal van Alkmaar) van dit jaar zal er wel doorkomen.

Alhoewel dit natuurlijk een soort is die een jaarlijst enige zeer gewenste franje geeft, de veel normalere grote burrie was nog steeds niet in “the pocket”. Na 4 pogingen staat er nog steeds “maar” 1 burrie op de lijst en dat betreft de kleine burgemeester van Den Helder. Gelukkig had de grote burgmeester van Lauwersmeer besloten er een langdurig verblijf van te maken en zal hij/zij waarschijnlijk ook niet eens huiswaarts keren aangezien hij/zij afgeladen is met kilo’s aan wit, bruin, volkoren, oer en maisbrood en volgens mij zijn de magen van burgemeesters hier niet op gebouwd. Met hulp van Rommert (wie anders..) kon ik dit prachtige exemplaar eindelijk aan de dag, maand, - en jaarlijst toevoegen, al leek de vogel enigszins uitgeteld.
Ook nieuw voor de lijst waren een houtsnip bij Metslawier en een bokje bij het Ballastplaatbos. Vooral de laatstgenoemde soort was er eentje waar ik vooraf nog wel een beetje tegenop zag aangezien het vakje achter deze soort niet ieder jaar wordt ingevuld.

Voor de laatste dag van het weekend besloot ik om ook nog maar een poging te wagen voor de witkopgors nabij Hoogeveen. Het was erg koud en de gure wind lokte me nou niet echt uit de auto, een omstandigheid wat meerdere vogelaars bleken te hebben voorzien waardoor het er erg rustig was. Een grote gele kwikstaart vloog over mijn hoofd maar tussen de geelgorzen kon niks vreemds ontdekken. Na een paar uur hield ik het er voor gezien; het was ook maar een kleine kans en onder het mom van “niet geschoten is altijd mis” had ik het tenminste geprobeerd.

Vlak voor Beilen werd een grote groep rietganzen ontdekt en ik besloot het er daarom op te wagen om hier een eerste poging te doen er een taiga tussenuit te pikken. Ik parkeerde de auto achter de grote discotheek aldaar waar ik redelijk uit de ijzige wind stond. De scoop werd van het statief geschroefd en vanuit de auto begon ik de groep van minimaal 500 rietganzen structureel af te zoeken.
Aangezien ik dit vooraf ingecalculeerd had, had ik de avond ervoor de tijd nuttig besteed door de recent verschenen artikelen en forumbijdragen omtrent de determinatie van deze soort, aandachtig te bestuderen. Ik wist dus waar op gelet moest worden. Uiteindelijk werden 2 zekere exemplaren gevonden die niet al te ver weg stonden en zich af en toe uitstekend lieten zien. Ik moet eerlijk bekennen dat er veel tijd in is gestoken om met zekerheid de determinatie rond te kunnen krijgen. Een derde exemplaar doorstond de keuring niet aangezien deze niet voldeed aan alle uitsluitende kenmerken en eisen die een zekere determinatie nodig hebben.
Een korte wandeling achter de bosjes bij het zandzuiggat leverde niks op maar in de weilanden even verderop werd een leuke groep wilde zwanen en knobbelzwanen gevonden die zich mooi vlakbij de weg lieten bewonderen. In de groep ganzen die zich achterin het gebied bevond werd, nadat ik omgereden was, een dwerggans en nog een taigarietgans ontdekt. Een bokje werd uit de sloot “getrapt” en een sperwer deed even de hoop op een smelleken aanwakkeren.

Op de weg terug richting Leeuwarden laste ik een lange pauze bij het Drents-Friese Wold in om m’n eerste echte bosvogels van het jaar een kans te geven zich op de lijst te doen laten belanden. Kuifmees, glanskop en groene specht waren de aanwinsten en een enorme groep sijzen kon leuk worden bestudeerd. Sommige takken bogen om onder het gewicht van zoveel lichtgewichten. Ik heb er 150 ingevoerd maar vermoed dat het wel eens het dubbele zou kunnen zijn geweest.
Evenals anderen kon ik er niet met een klapekster op de lijst vertrekken maar er was nog wel een uurtje om een tweede poging te wagen bij de Jan Durkspolder alwaar Willem Bosma voor de tweede keer binnen korte tijd een exemplaar wist te zien. Helaas werd niks gezien wat op een klapekster leek (op misschien gaai en ekster na; @ Willen: weetje het zeker?) en ik verliet het fraaie gebied met slechts een ruime hand vol goudvinken (2 man, 4 vrouw) en een overvliegende sperwer (nee, weer geen smelleken!)

Achter het ooievaarsstation bij Eernewoude werd een prachtige grote zilverreiger ontdekt en op de foto gezet. Wat normaal een zeer schuw dier blijkt te zijn, kon dit keer prachtig op een paar meter afstand, geflankeerd door een geringde ooievaar, nabij een wak worden bewonderd.




Al met al een geslaagd weekend met de Oosterse tortel als superbonus. De jaarlijst telt inmiddels 132 soorten met weliswaar ontbrekende ingevulde vakjes bij soorten als grote barmsijs, appelvink, kruisbek, zwarte mees, bosuil, zwarte specht, kleine bonte specht, putter, matkop en baardmannetje (om maar een paar te noemen) en ik verwacht geen heel spectaculaire dingen meer de komende weken. Misschien kan ik de resterende weken tot Costa Rica (vanaf 21 februari) nog een paar leuke soorten aan de lijst toevoegen (kuifaalscholver, sneeuwgans, kleine rietgans, strandleeuwerik, waterpieper, keep, klapekster, ruigpootbuizerd, smelleken) zodat wanneer ik terugkom (9 maart) het voorjaarsvogelen kan beginnen. Maar een verrassing in de categorie Oosterse tortel sla ik natuurlijk niet af….

Geen opmerkingen:

Een reactie posten