De laatste weken van juli werd niet heel actief gevogeld. In z’n totaliteit ben ik tweemaal naar het Lauwersmeer geweest, tweemaal naar de Jan Durkspolder en eenmaal heb ik de waddenkust bij Zwarte Haan en Westhoek bezocht op zoek naar leuke overtijende steltjes (maar niet gevonden). De score was enigszins belabberd, om toch wat “hoogtepuntjes” te noemen:
Havik; 1 ex. jagend in de Jan Durkspolder
Krombekstrandloper; 100-den ex. bij Westhoek & 10-20 ex. in de Ezumakeeg
Rosse grutto; 100-den ex. bij Westhoek
Temmincks strandloper; 1-5 ex. in de Ezumakeeg
Kleine strandloper; 10-20 ex. in de Ezumakeeg
Grauwe franjepoot; 3 ex. in de Ezumakeeg
Kort en zeer matig lijstje nietwaar?
Zaterdag 30 juli was het eindelijk vakantie voor iedereen van het gezin en vertrokken we voor een heerlijke gezinsvakantie naar Bakkeveen alwaar we voor twee weken een leuk bungalowtje hadden gehuurd. De eerste week was het uitstekend weer met vijf achtereenvolgende zwembaddagen (buiten wel te verstaan). De tweede week was het weliswaar wat minder maar de temperatuur was prima om nog wat te ondernemen en met af en toe een klein buitje was er eigenlijk helemaal niks aan de hand. Het meeste water leek ’s nachts te vallen...
De mooie bosrijke omgeving zorgde trouwens voor een leuk bijkomend vogellijstje:
Groene specht (in de tuin)
Goudvink
Matkop
Boomklever (op de voedertafel op enkele meters afstand)
Sperwer (in de tuin)
Boomvalk
Kwartel (in het aangrenzende weiland)
Ringmus
Appelvink
Kruisbek
In totaal werden er gedurende ons twee weken durend verblijf 44 verschillende vogelsoorten waargenomen zonder dat er echt actief werd gevogeld (de emoe naast de receptie in het overigens klein uitgevallen kinderboerderijtje niet meetellend).
Bijzonder leuk was ook de familie gaaien die onze tuin had uitgekozen om af en toe eens lekker bij te snacken. Af en toe waren leuke plaatjes te schieten.
De vakantie werd tot twee keer toe voor het zien van vogels onderbroken. De eerste onderbreking diende zich op de dag van aankomst al aan in de vorm van een Amerikaanse oeverloper. Deze werd zaterdagmiddag gemeld maar met de auto bepakt en bezakt en onderweg naar de vakantiebestemming was het gewoon niet mogelijk om nog dezelfde dag te twitchen.
Voor de dag erna, zondag de 31e juli werden echter wel snode plannen gesmeed. Uiteindelijk belandde ik met de heren Westra (Jaap & kids) in één auto op weg naar Rilland (Zeeland) alwaar we tegen het einde van de ochtend uitstapten. Een behoorlijke hoeveelheid auto’s stond reeds in de berm geparkeerd op het stoffige onverharde paadje dat nu meer auto’s kreeg te verduren dan dat het in de afgelopen 30 jaar bij elkaar heeft gezien. De mensen liepen kalm van en naar de plek dus het vertrouwen was groot dat de vogel gewoon nog ter plaatse was en dus gewoon door ons gezien zou gaan worden. Deze inschatting bleek gelukkig een juiste te zijn; de vogel zat in het plasje waar het de dag ervoor ontdekt was en liet zich naar verloop van tijd ook nog redelijk zien. De gemaakte foto’s deden het beestje echter geen eer want terwijl wij ter plekke waren bevond het beestje zich aan de andere kant van de plas; een aantal gelukkigen had eerder die dag het privilege om de vogel vlak voor het uitzichtpunt te begroeten waardoor er werkelijk fantastische foto’s van het Amerikaanse lopertje zijn. Zie hier maar eens voor echt gave platen!
De kids vermaakten zich prima in het gras met de meegebrachte picknickmand en de papa’s hadden het natuurlijk ook prima naar hun zin met deze nieuwe Nederlandse soort in nagenoeg adult zomerkleed (beiden hadden we de vogel al in resp. VS en Costa Rica gezien)….
Het was een komen en gaan van mensen en vele bekenden werden begroet. Ook de gebroeders Dijkstra en Jeroen B. waren inmiddels aangeschoven en dankzij de oplettendheid van laatstgenoemde leverde dat zowaar nog een fraaie zomertortel op ook.
Rond het middaguur was het weer tijd om huiswaarts te keren. De terugreis was gezellig en voor we het wisten reden we Friesland alweer binnen, een fraaie soort rijker. Nu kon de vakantie eigenlijk pas écht beginnen!!
De tweede onderbreking binnen de vakantie was een minder “ernstige”; al een aantal dagen hadden maar liefst vier slangenarenden het Fochteloërveen uitgekozen om hier korte of lange(re) tijd te verblijven. Dat was natuurlijk uniek voor Nederland en een weekje nadat ik de Amerikaanse oeverloper had getwitcht, besloot ik om in de namiddag eens te kijken of ik ook geluk had met deze fraaie rovers. Uiteindelijk kon ik drie verschillende beesten in de kijker krijgen maar helaas vlogen ze zo ver weg dat ik geen behoorlijke foto’s heb kunnen maken. Maar fraai was het wel….
Was er dan nog ander noemenswaardig spul te bekennen? Ehmmm…tja, een overvliegende koekoek, een paar boomvalken, wat witgatjes en wat opvliegende watersnippen.
That’s it, ben ik bang.
Heel veel meer valt er de laatste tijd niet te melden denk ik zo, of toch?
Ja, toch wel, natuurlijk wel!!! Tijdens de verdere vakantie was en bleef het rustig maar afgelopen woensdag was het opeens weer raak met de melding van een zeer gewenste soort; een grote franjepoot op Texel. Er werden wat belletjes gepleegd, achteraf werden de laatste uurtjes van de middag vrijaf genomen (… censuur…) en samen met Hiele en Jaap bevond ik me in de namiddag op de veerboot naar Texel. De stemming sloeg voordat we de boot opgingen echter behoorlijk om daar de ook aanwezige Tjeerd tussen kassa en boot in met de melding kwam dat de vogel zojuist was opgevlogen, over de dijk was gegaan en uit het zicht was verdwenen. Die piep had ik nog niet gezien maar erger nog…. de vogel was zoek….. Oeps…Ai...
We konden niet meer terug, hadden al voor het veer betaald maar behoorlijk getemperd in het enthousiasme werd het tochtje dan toch maar gemaakt. Eenmaal op het eiland reden we rustig richting het Wagejot alwaar de vogel was ontdekt en ook voor het laatst was gezien. We besloten onderweg alle geschikt lijkende plasjes te checken om ook een duit in het zakje te doen voor wat betreft het zoeken naar en hopelijk terugvinden van de vogel. Eenmaal aangekomen bij het Wagejot, na 3 verschillende plasjes te hebben afgezocht, werden 2 grote sterns en 2 grauwe franjepoten snel gevonden. Van de letterlijk en figuurlijke “grote broer” ontbrak op dat moment elk spoor.
Iets verder naar het noorden ligt het nieuwe natuurgebiedje Utopia (jazeker, die van die roodkeelstrandloper) en we hadden bedacht dat dit gebiedje wel gecheckt zou gaan worden als mogelijke uitwijk voor de franjepoot. Daarom besloten wij om niet noordwaarts te gaan zoeken maar om door het “binnenland” van Texel terug te rijden richting haven om aldaar de Mokbaai aan een grondige inspectie te onderwerpen. Het leek ons in ieder geval een geschikte plek wanneer de vogel niet in een van de kwelderplasjes zou worden teruggevonden.
Ongeveer halverwege kwam er een telefoontje bij me binnen en we keken elkaar in de auto hoopvol aan, zou het dan toch zo zijn dat ‘ie teruggevonden was? Het bleek André te zijn die samen met Tjeerd en Alwin van Lubeck dezelfde plasjes had gecheckt die wij op de heenweg richting het Wagejot hadden aangedaan. Ze waren er langs gereden en Alwin had vanuit de auto met alleen de verrekijker de vogel weer teruggevonden. HULDE!! Een U-turn was snel gemaakt en met een gezonde snelheid (wanneer het twitchen betreft) reden we weer richting Oudeschild. De vogel zou vlakbij Ottersaat zitten en nadat Jaap de TomTom voor de zekerheid al rijdend goed had ingesteld, haastten we ons met gezwinde spoed die kant op. Vrij snel zagen we aan de horizon langs de dijk in de berm een auto staan met mensen buiten de auto die nogal zenuwachtig overkwamen. Dit moesten ze wel zijn. De remmen werden grondig getest en nog voordat we compleet stil stonden sprongen we de auto uit en waarschijnlijk stonden we binnen 2 á 3 seconden door een van de opgestelde telescopen te turen; waar zat ie? Hoe zag ‘ie eruit? En even later; “Yes, we hebben ‘m! Lifer!!”
We hadden echter weinig tijd om de hartslag en de adrenaline te laten zakken want binnen 2 á 3 minuten vloog het fraaie Noord Amerikaanse steltje weer op om vervolgens iets zuidelijker in het Ottersaat te landen. Hiele en ik hadden nauwelijks tijd om een paar fatsoenlijke foto’s te maken. En fatsoenlijk kun je onderstaande bewijsplaat eigenlijk ook niet noemen.
Wij hadden ‘m in ieder geval, Herman Bouman was net op tijd om ‘m alleen vliegend te zien (maar zou dat in Ottersaat een beetje goedmaken) en nadat de vogel weer iets zuidelijker was ingevallen, spoedde iedereen zich die kant op om óf een herkansing te krijgen óf om ‘m nog langer en/of beter te zien. Wij deden dit keer wat rustiger; het resultaat was een van ons weg vliegende vogel, dit keer wederom de dijk over en uit beeld vliegend op een gegeven moment. Daarna is er niks meer van het fraaie 1e winterkleed beestje vernomen. De vogel is waarschijnlijk door niet meer dan 50 man gezien, op www.waarneming.nl is de soort slechts 27 keer ingevoerd.
Natuurlijk volkomen tevreden keken we na een aantal minuten wachten op onze horloges en besloten richting haven te rijden om rustig het bootje terug te kunnen nemen en om nog even langs de citroenkwikstaart van Petten te kunnen rijden. Op de boot werd dankbaar een biertje gedronken (met eentje als traktatie voor Alwin voor het terugvinden) en werd nagepraat over de vogel, de race tegen de klok en andere oudere twitchgevallen (Noordse waterlijster bijvoorbeeld). Het was lekker gezellig, altijd fijn wanneer een twitch slaagt!
Door wat tragere weggebruikers en een nieuwe rotonde wat voor verwarring bij de TomTom zorgde duurde het voor het gevoel een eeuwigheid alvorens we langs de Belkmerweg stonden. Er was echter geen citroenkwikstaart te bekennen. Wel veel bekende gezichten die we ook op het eiland hadden gezien maar geen kwik die we zochten. Gele en witte kwikstaarten waren samen met een leuke variëteit aan steltjes (bosruiter, bonte strandloper, kemphaan, kleine strandloper, groenpootruiter, zwarte ruiter, bontbekplevier) present maar het begon er op te lijken dat de dag toch nog een (kleine) dip zou gaan kennen. Na een half uurtje scannen hielden we het voor gezien maar na een uurtje waren we echter weer terug, de vogel zou weer teruggevonden zijn. Jaja, nou niet toen wij weer aanschoven! De bewuste vogel zou achter het dijkje met wat andere kwikken zijn verdwenen en daar niet meer bovengekomen zijn. Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken om bij de naast gelegen woning te informeren naar de mogelijkheden om even vanuit hun tuin te kunnen kijken of om via het dijkje om het ondergelopen bollenveld om te lopen om een betere blik te kunnen werpen. Nadat ik eerst een aanval van een zeer verontwaardigd lijkend hondbeest had afgeslagen, lukte het uiteindelijk maar toch om de bewoonster de voordeur te laten openen. Door het blaffen van de honden had ze me in eerste instantie niet gehoord. Nog bedankt!
We kregen toestemming om het land te betreden (dat overigens niet van haar was…) en samen met Jaap werden de stoute schoenen uiteindelijk natte schoenen. Van de gewenste kwik (voor Hiele was de soort zelfs nog nieuw voor Friesland) werd echter niets meer vernomen. Inmiddels was het ook behoorlijk stil aan het worden en was er geen kwikstaart meer te bekennen, de vogel had waarschijnlijk z’n slaapplaats opgezocht. Een kwestie van “jammer maar helaas”!
Voor de tweede keer vertrokken we weer richting Den Oever om de dijk richting Friesland op te gaan en voor de tweede keer lukte het ons niet om de altijd fraaie patrijzen te ontdekken. Het was inmiddels al aardig donker geworden en met rammelende magen werd besloten om toch eerst maar wat ergens te gaan eten. Het fraaie snackbarretje naast de molen in Den Oever werd het toneel van ons feestmaal en met veel smaak en voldoening werden de patat en snacks geconsumeerd. Een aanrader overigens….
De zomer is met deze topsoorten (met roodkeelstrandloper, Amerikaanse oeverloper, grote franjepoot, Bonapartes strandloper als fraaie steltjes en kuifkoekoek en scharrelaar als leuke nieuwe Nederlandse soorten) toch zeker weer geslaagd. En ondanks dat de zomer nog niet voorbij is (dus wie weet wat er nog kan gaan komen) ben ik helemaal klaar voor het najaar. Ik denk dat ik de zeevogels dit jaar maar een beetje met rust laat maar de DT weekenden staan al dikgedrukt in de agenda
(16-18 sept; 7-9 okt; 21-23 okt) en we gaan dit jaar natuurlijk weer voor die topper! Kan niet wachten….
2 opmerkingen:
Vreemde jongens die twitchers (vrij naar Asterix en Obelix). Geweldig verslag. Erg leuk om te lezen, zelfs voor een niet-twitcher. En ik heb weer wat geleerd; wist niet dat er in de weilanden bij Bakkeven ook kwartels voorkomen. Ga ik op letten.
Groeten,
Robert
Hey Robert,
Dat vreemde jongens-gevoel hebben de meeste twitchers zelf ook hoor. Maar aangezien het toch een erg spannende en ook vaak sociale bezigheid is, vind ik het geweldig!
Wat betreft die kwartel; daar keek ik ook even van op, zittend op het terras in een bosrijke omgeving met boomklevers, goudvinken enzo om me heen. Als ons huisje niet aan wat landerijen grensde had ik het zelf ook niet geloofd :-)) Aan de andere kant; zoveel kwartels als er dit jaar in Nederland worden gezien en gehoord, verbaast het me niet dat ze in elk ook maar een beetje geschikt land te vinden zijn....
Een reactie posten