Het is eind juni inmiddels en er wordt meer tijd achter de televisie voor het WK besteed dan dat ik in het veld ben. Het is dan ook rustig buiten en het lijkt er op dat de rust is wedergekeerd. Sinds de Big Day van inmiddels een kleine maand terug is er niettemin toch nog wel wat gebeurd maar wereldschokkend is het allerminst.
Nog maar slechts een heel klein beetje uitgerust en met nog steeds een vervelend pijntje in de rug moest ik er zondag 6 juni toch nog even op uit. Een krekelzanger in Drenthe was de tweede dit jaar voor Nederland en aangezien deze in Drenthe zat in tegenstelling tot het vorige exemplaar wat zich op Texel bevond, leek me dit een uitgelezen kans om deze toch altijd fraaie soort aan de jaarlijst toe te voegen. Bovendien was het pas mijn tweede voor Nederland ooit!
Nog op het pad naar het uiteindelijk beoogde punt waar de vogel zou moeten zitten, werd het beestje al gehoord; die was tenminste binnen! Tegen de bosrand aan waren een paar vogelaars bijeen en een praatje werd zodoende gemaakt met o.a. Willem Wind en Martijn Hammers. Later voegde ook Emo K. zich bij de groep. Op het verzamelplekje werd de vogel echter niet of nauwelijks meer gehoord, hij zat een paar 100 meter verderop in één van de twee bomen die in het open veld stonden en was daarom ook niet te zien.
Na een uurtje lekker gekeuveld te hebben (met nog een overvliegende groene specht en een ooievaar) werd de wandeltocht terug richting auto aangevangen. Op de weg terug werd nog hallo gezegd tegen Mark de Vries die ook nog een poging ging wagen.
Weer een paar dagen later was het tijd voor een lifer; althans, dat vond ikzelf.
Zowel 8 als 9 juni werd een Dougalls stern met intervallen waargenomen bij de Flaauwers inlaag in Zeeland en ondanks de afstand en het risico besloot ik het er donderdagavond de 10e juni op te wagen. Rond een uurtje of 8 was ik ter plekke en met een flink verhoogde hartslag parkeerde ik de auto en snelde naar buiten om de aldaar aanwezige vogelaars aan de tand te voelen met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van deze zeldzame dwaalgast. Hun reactie was mat doch duidelijk; "sinds vanmiddag rond lunchtijd niet meer gezien"!
Oeps, wat zou dit worden?
Ondanks dat het juni was concludeerde ik dat ik toch een jas had moeten meenemen want het was koud en het begon ook nog eens te miezeren. In de mist staarden een tiental vogelaars door hun telescopen en kijkers in de hoop een opmerkelijke stern in het vizier te krijgen.
Out of the blue was daar dan toch opeens de sternschreeuwer (die i.t.t. de damschreeuwer een stuk positiever werd ontvangen door het overige publiek) die ons allen in beweging bracht en fijnzinnige kreten volgden in de strekking van "waar, waar, waar"?
Op één van de reeds tig keer gecheckte paaltjes zat 'ie er inderdaad opeens wél tussen. De knalrode poten, het zeer opvallende witte verenkleed en de pikzwarte snavel maakten samen met de ook best goed zichtbare roze gloed op de borst de determinatie rond. Ik stond gewoon naar een Dougalls stern te kijken! Echt wel kool...

Hier werden overigens 5 soorten stern gezien die avond. Naast de Dougalls stern werden verder veel visdiefjes, veel grote sterns ook enkele Noordse sterns en een paar overvliegende dwergsterns waargenomen. Wat een plek!
Met een Big Smile werd na een uurtje ofzo afscheid genomen van de aanwezigen en verzamelde ik moed om de auto (wel lekker warm) in te duiken om aan de terugreis te beginnen. Het was gelukt om een lifer in de wacht te slepen en de genomen moeite werd weer eens beloond!
Het volgende vogelavontuur was de zaterdag erop; de avonduren waren ingepland om de laatste nachtsoorten in de wacht te slepen en zodoende stond ik tegen een uurtje of 9 bij de familie 't Doosje op de stoep. Ik mocht de schuur wel even in en kreeg zelfs een lekker kopje koffie aangeboden. Één van de (vogel)ouders werd leuk bovenop een balk gezien en de kinders waren af en toe krijsend te horen. Eenmaal buiten werd een oudervogel betrapt. Eindelijk was de steenuil ook gezien....
Onderweg naar De Oude Venen werd een korte tussenstop gemaakt bij het Ottema Wiersmareservaat alwaar de grote karekiet nog braaf zat te krijsen. In de Oude Venen zelf werd een overvliegende kerkuilm een krijsende jonge ransuil en wat ander leuk spul in de vorm van bosrietzanger, snor en roerdomp gehoord. Helaas geen spannende waterhoen en zelfs geen porseleinhoen.
Het meest recente vogelnieuws komt uit de omgeving van Alphen aan den Rijn alwaar kort maar krachtig de blauwvleugeltaling werd opgerold. De terugweg via Dijkgatsweide leverde me eindelijk maar toch een roepende porseleinhoen op wat de teller op 275 doet uitkomen.
We zijn bijna halverwege het jaar en ondanks de rustige tijd denk ik met een twich hier en daar en wat leuke najaarssoorten en de nog op te rollen zeevogels de 300 soorten haalbaar moet zijn.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten