donderdag 19 januari 2012

2011 revisited

We zitten inmiddels ruimschoots in het jaar 2012 en de eerste 70 soorten staan alweer op papier, de lege lei waarmee begonnen wordt aan het begin van een nieuw jaar is toch vaak weer een teken van een nieuwe frisse start. Wat zal er dit jaar gebeuren, wat zullen we dit jaar zien?
Om 2011 netjes af te sluiten heb ik hieronder een korte samenvatting van het jaar, hoe dat er voor mij op het gebied van vogels uitzag, gemaakt. Ook de laatste loodjes van het jaar met mega’s zoals kleine klapekster en natuurlijk de langstaartklauwier komen hierin aan bod!

Het jaar begon redelijk rustig en kalm waarbij gedurende de eerste maanden af en toe lekker werd gevogeld maar er nog niet veel te twitchen leek. Maart kenmerkte zich met de eersten van dat jaar; grutto, witte kwikstaart, tjiftjaf, zomertaling en ook blauwborst, mijn vroegste ooit (27 maart). De eerste twitch was ook in maart en het had ook zomaar gekund dat ik was begonnen met een eerste grote dip. Donderdagmiddag 24 maart werd er in de Ezumakeeg een steppekievit ontdekt. Weliswaar geen nieuwe soort voor me (na de vogel van Veenendaal gezien te hebben een paar jaar terug) maar wel een nieuwe voor de Friese lijst, een lijst die ik best enthousiast bijhoud. Ik miste de vogel op een kleine 10 minuten die ik me had kunnen besparen door niet eerst langs huis te gaan om mijn verrekijker, telescoop en fototoestel op te halen. Gelukkig kreeg ik de dag erna een herkansing en kon ik op het gemak samen met tig andere (Friese) vogelaars de vogel bijschrijven op het Friese lijstje. De eerste geslaagde twitch was hiermee een feit en luidde het begin in van een leuk twitch-seizoen!

De eerste weken van april staan in mijn logboeken vaak vol gekleurd met de kleur geel; een teken dat de waarneming een eerste voor dat betreffende jaar is. In april komt het gros van de Nederlandse broedvogels weer terug uit Zuidelijker streken en is voor het eerst dat jaar weer in Nederland te bewonderen (door mij). Ik hoef het lijstje niet af te gaan maar denk aan soorten zoals zwartkop, braamsluiper, fitis, gele kwikstaart, etc...

Op zondag 17 april moest dochterlief een wedstrijd gymmen nabij Barendrecht en dit gaf mij de gelegenheid om wat “Zuidelijker” soorten te scoren. Zo werden in of nabij de Biesbosch cetti’s zanger, nachtegaal, zwarte wouw gezien en werd de Iberische tjiftjaf die al enige tijd nabij het gehuchtje De Kwakel zich ophield met een bezoek vereerd.

Op 20 april kon de dag ervoor in de Keeg ontdekte steppekiekendief worden teruggevonden maar vanwege te ongunstige omstandigheden kon deze niet worden “afgemaakt”. Die Friese tick ging dus (voorlopig) niet door.
De eerste echte twitch (op de steppekievit na dan) was de Ross’meeuw die nabij Numansdorp werd ontdekt. Samen met de gebroeders Dijkstra en met Jeroen Breidenbach werd dit een zeer geslaagde twitch die ons ook nog eens als bonus (zeker voor de jonkies ;-)) een blonde ruiter pleverde. Gek genoeg zou ik er de dag erna ook weer staan, precies op hetzelfde plekje maar nu nadat ik eerder op slechts enkele kilometers afstand mijn eerste Nederlandse griel had weten te scoren! De meeuw was de tweede dag foetsie, de ruiter was er nog en was dus wederom een bonus. Met de griel was ik erg blij, eindelijk weer een redelijk simpele nieuwe Nederlandse soort erbij.

Het voorjaar verliep voor de rest redelijk rustig. Overal werden leuke soorten gevonden maar er was relatief weinig om te twitchen. Dat laatste kon gelukkig wel met een ortolaan op Friese bodem die na veel geduld kon worden teruggevonden en hetzelfde gebeurde enkele weken later met een bijeneter, 2 nieuwe Friese soorten voor me.

Een enigszins vervelende dip was de avondtwitch met de gebroeders Dijkstra en mijnheer Breidenbach naar het gehuchtje Nederland in Overijssel. Hier werd een ralreiger gemeld die wij helaas niet konden terugvinden. De troostprijs was echter in orde; velduil, kraanvogel, purperreiger en baltsende watersnippen zorgden ervoor dat we toch met een enigszins tevreden gevoel huiswaarts keerden.

De Top of Holland vogeldag 2012 viel eigenlijk (wederom) wat tegen. Hoogtepunt was de roodmus die voor sommigen nieuw (voor Friesland) was maar de morinelplevieren waren natuurlijk ook niet te versmaden. Echte toppers bleven echter ook dit jaar wat uit. En dat met zo veel vogelaars op de been…..

De maand mei verliep verder rustig zonder grote verrassingen en juni en juli waren ook aan de wat magere kant (vanwege bepaalde wat minder fijne omstandigheden in de persoonlijke en, met dank aan een collega, werkgerelateerde sfeer). De laatste weken van het voorjaar verliepen rustig derhalve met hier en daar een leuke (CDNA)-soort maar zonder mega’s.
De Zeeuwse kleinste strandloper begin juli bleek uiteindelijk waarschijnlijk om iets anders te gaan en leverde Jaap en mijzelf dus alleen een Zeeuwse groene specht, een casarca en wat ander klein grut op. De dag werd echter ruimschoots goed gemaakt met een Groningse kuifkoekoek in de avonduren die zich na enige volharding aardig liet zien. Deze zuidelijke gast was voor mij nieuw voor Nederland en automatisch dus ook nieuw voor de ToH-lijst die op www.lauwersmeer.com wordt bijgehouden.

Deze waarneming bleek achteraf het startpunt van een wat drukkere tijd met fantastische soorten zoals scharrelaar (met een soms vermakelijke discussie op http://www.waarneming.nl/ tot gevolg), een roodkeelstrandloper op Texel, een Bonaparte strandloper in de Keeg met dochter Jente en een topper in de vorm van een Amerikaanse oeverloper in Zeeland (op de eerste dag van onze vakantie notabene). Gedurende de rest van vakantie werd niet heel gevogeld maar ik kon het toch niet laten om de slangenarenden van het Fochteloërveen een bezoek te brengen. Ik kon er uiteindelijk 3 verschillende vinden. Wow!

Eind augustus was het wederom raak en wederom op Texel met een grote franjepoot die samen met Hiele en Jaap leuk kon worden getwitcht. Gave soort die wel weer eens aan de beurt was…. Nieuw voor mij! De zomer was hiermee wel geslaagd en de kleine trap die nabij Otterlo werd gevonden, bevestigde dat helemaal. De maand september was verder goed voor klein waterhoen (gáááf!!) en een fraaie en in te dienen (en ongetwijfeld acceptabele) steppekiekendief nabij de Bantpolder.

Deceptiontours 1 op Vlieland was enigszins rustig met een door iedereen (behalve de ontdekker) gedipte wilgengors maar met toch altijd leuke en vermeldenswaardige soorten zoals zomertortel, morinelplevier, kleine barmsijs, velduil, beflijster, kleine jager, etc.. Ik heb me niet verveeld!
DT2 was weer een heel stuk beter met witbandkruisbek, kleine vliegenvanger, grote pieper, dwerggors en als klap op de Friese vuurpijl een fraaie Aziatische roodborsttapuit!

Een ander memorabel moment van 2011 was de twitch van de bonte tapuit op Schiermonnikoog. Lees het verhaal nog maar eens op dit blog zou ik zo zeggen. Dat soort twitches blijft je wel even bij gelukkig!
Wat je tussen haakjes ook bijblijft op het negatieve vlak dan wel te verstaan en waar je een stuk minder gelukkiger van wordt, is het overlijden van bekende en dierbare vogelaars zoals Hans ter Haar en Oane Tol; een groot gemis voor familie en kennissen maar zeker ook voor vogelend Nederland!

Bij de blauwstaart op Schier was ik een beetje minder fortuinlijk vergeleken met de bonte tapuit-twitch op Schier; hier kon ik de vogel uiteindelijk niet bijschrijven na slechts magere zichtwaarnemingen (iets wat anderen blijkbaar wel genoeg vonden om in de boeken te verdwijnen. Ik noem geen namen…). Ik vond het uiteindelijk niet goed genoeg.
Ook een fijne dag vogelen was het dagje op Schiermonnikoog met mijn vader. We zagen leuke soorten en het was fijn om er weer eens met z’n 2-en opuit te gaan. Klapekster, ruigpootbuizerds, beflijsters, strandleeuwerik en ijsgors zijn soorten die een dag vogelen aangenaam kunnen maken en wanneer je dat samen met je vader mag en kan doen is dat een zegen.

DT3 was ook weer een succes. Dit keer was ik voor het eerst samen met de gebroeders Dijkstra voor wie het hun Vlieland-ontmaagding was (wat een woord….word-feud zou ‘m afkeuren denk ik). Toppers dit weekend waren de door Harm ontdekte papegaaiduiker, de nog steeds aanwezige Witbandkruisbek, roze spreeuw, bruine boszanger en de voor ons allemaal nieuwe raddes boszanger (waarmee ik erg in mijn nopjes was….).

De dag na Vlieland bleek de al enige dagen aanwezige kleine klapekster nog aanwezig in het Zuiden des lands en trokken we met frisse moed gevieren Zuidwaarts. Het werd een makkie maar het was een lange rit. Gelukkig konden we de in de buurt aanwezige Amerikaanse smient ook bijschrijven waardoor het een combi-twitch werd.





De klapper van 2011 was echter voor velen de nog lang niet verwachte langstaartklauwier die op de oude vuilnisbelt van Den Helder werd ontdekt en door de snelle(re) jongens kon worden getwitcht. De dag erna was de vogel gevlogen…. Wij waren de gelukkigen dat we meteen (Hiele en ik) waren gaan rijden. Ook Jaap lukte het later nog om te komen en zelfs de Dijkstra’s waren makkelijk over te halen om te gaan (wat hun een bonus opleverde in de vorm van een aantal patrijzen).







Hiermee was de koek wel zo’n beetje op, de laatste weken van het jaar werden her en der nog wat ruigpootbuizerds gezien en kon ik ook toch nog een vuurgoudhaantje en wat fraters aan de jaarlijst toevoegen maar daarmee leek het wel zo’n beetje gedaan. De jaarlijst 2012 kwam uiteindelijk uit op een schamele 251 soorten waarbij nog wel een aantal het oordeel van het CDNA moet afwachten. Ik verwacht hierbij echter geen gekke dingen.

Het jaar 2011 heeft me 7 lifers opgeleverd (klein waterhoen, ross’meeuw, grote franjepoot, roodkeelstrandloper, bonte tapuit, raddes boszanger en langstaartklauwier).
Nieuw voor Nederland waren behalve voorgaande 7 lifers verder ook nog griel, kuifkoekoek, kleine klapekster, Amerikaanse oeverloper, kleine trap en scharrelaar. Voor de Top of Holland (ToH) kon ik 7 nieuwe soorten bijschrijven en voor Friesland maar liefst 8 soorten. Ter vergelijking:

Lifers in Nederland gezien:

2011: 7 soorten
2010 9 soorten
2009: 12 soorten
2008: 13 soorten
2007: 21 soorten

Nieuw voor Nederland:

2011: 13 soorten
2010: 18 soorten
2009: 17 soorten
2008: 32 soorten
2007: 30 soorten

Nieuw voor de ToH:

2011: 7 soorten
2010: 9 soorten
2009: 8 soorten
2008: 14 soorten
2007: 22 soorten

Nieuw voor Friesland:

2011: 8 soorten
2010: 8 soorten
2009: 7 soorten
2008: 20 soorten
2007: 21 soorten

De wet van de afnemende meeropbrengsten doet ook hier z’n werk… Het is maar de vraag of 2012 wederom zo succesvol wordt. Het is vooralsnog wachten op de eerste twitch. De maand januari is al wel goed voor grote geelpootruiter (nog steeds….), Humes bladkoning, witkopeend, ringsnaveleend, giervalk, kleine trap en de buffelkopeend in Barendrecht was weer op z’n winterverblijfplaats maar al deze soorten hebben mij nog niet getriggerd om erop uit te trekken.
Opmerkelijk tot nu toe zijn de grote en kleine burgemeesters waarvan ik een klein taartstukje heb weten mee te pikken in de vorm van een grote burgemeester nabij Ternaard (zelf ontdekt) en een Nelson’s gull (kruising tussen zilvermeeuw en grote burgemeester) in de haven van Lauwersoog. Helaas is het tot op heden nog niet gelukt om een kleine burrie voor de ToH te zien (laat staat voor Friesland). Maar wie weet wat nog komen gaat…..

Het moet dan wel een beetje snel want over minder dan 2 weken zit ik zo ongeveer in het NP La Selva in Costa Rica en heb ik op ditzelfde moment misschien wel een blue-crowned motmot ofzo in beeld….


Bovenstaande foto heb ik in een hoteltuin in Costa Rica in 2010 gemaakt en ik hoop dat mijn reisverslag van die trip net voor het vertrek naar Costa Rica 2012 af is!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten