Het einde van de maand mei is in zicht en de meeste Nederlandse broedvogels zijn inmiddels op de lijst die ik in Excel bijhoud, aangevinkt. Een aantal relatief eenvoudige soorten zoals zomertortel, visarend, wespendief, kwartel, spotvogel, bosrietzanger, kwartelkoning en nachtzwaluw ontbreken echter nog dus dat betekent dat er nog wel wat werk aan de winkel is.
Zondag 16 mei stond in het teken van vogelen met vaders (mooie titel voor een boek...). We hadden halverwege afgesproken in de Oostvaardersplassen, voor beiden een uurtje rijden ongeveer. Om 06:00 uur hadden we voor bij de Mac Donalds afgesproken alwaar we samen in één auto verder zouden gaan.
Om 04:30 uur nam ik de afslag bij de Mac. Ik wilde eerst nog wat anders proberen; inderdaad, de woudaap langs de Oostvaardersdijk. Vlakbij het bewuste kilometerpaaltje parkeerde ik de auto in het vak wat daar eigenlijk niet voor bedoeld is en klom ik de dijk over. Hier moest het ergens zijn. De wind viel mee dus als 'ie zou roepen, zou ik 'm moeten horen. Bijna een uur lang werd geluisterd maar behalve het "gewone" rietspul was er niets abnormaals te horen. Daarom stond ik om 06:00 uur nog met lege handen bij de grote "M".
Vaders had zich verslapen maar kwam toch slechts een kwartiertje later de hoek om zetten. We gingen in zijn auto verder en de eerste stop was bij de Kleine Praambult. Nog voordat we de auto uit waren, hoorde ik dankzij het elektrisch opengedraaide raampje mijn eerste bosrietzanger van 2010; de eerste nieuwe soort van het jaar was binnen!
Vanaf de bult waren helaas geen steltkluten of kraanvogels te zien. Behalve de aldaar vertrouwde vossen (waarvan één op enkele meters afstand het spoor overstak) en een zeer verre zeearend was er eigenlijk niet veel te zien. De tweede stop was de grote versie van de Kleine Praambult even verderop alwaar de zeearend dichterbij zat en ook een viertal kraanvogels te zien waren (2 adult en 2 juveniel).
Vervolgens werden diverse korte stops gemaakt van waar eigenlijk niets spectaculairs te melden valt. We reden halverwege de ochtend de Lepelaarsplassen voorbij om (voor mij) een tweede poging te doen voor de woudaap. Ook dit keer lukte het een uur lang niet om 'm te traceren. Daarom reden we een stukje terug richting Lepelaarsplassen en parkeerden daar de auto.
In het veld grenzend aan de weg werd tussen de lepelaars en grote zilverreigers ook een kleine zilverreiger met gele tenen gevonden, leuk. Later op de terugweg zagen we zelfs 3 exemplaren. Ondertussen vlogen en zongen de kneutjes, puttertjes, zwartkoppen, tuinfluiters en grasmussen volop en genoten we even van wat staartmezen die druk met voedsel aan het slepen waren voor hun jongen (?) die veilig in een haag verstopt zaten. Door vaders werd druk geoefend met de zangertjes maar na enige tijd ging het steeds gemakkelijker om de zwartkop van de tuinfluiter te onderscheiden en het onderscheid tussen rietzanger en kleine karekiet ging ook steeds beter.
Leuk om te noemen langs de weg die werd gelopen richting vogelkijkhut waren grauwe vliegenvanger, matkop, blauwborst (voor vaders) en de topper in de vorm van minimaal 2 roepende buidelmezen (nieuwe jaarlijst soort). Vanuit de hut zelf (waar een paar weken terug de ringsnaveleend zat) was niet zoveel te zien; een paar fraaie tafeleenden lieten zich erg leuk zien en op een stok in het water zat een eenzame oeverzwaluw uit te puffen.
De derde keer dat de woudaap werd geprobeerd met de oren te vangen was het wel raak! Lekker in het zonnetje in het gras zittend werd op een gegeven moment een vreemd geluid gehoord wat wel wat weg had tussen een kruising van een gans en een blaffende hond. Het beest riep 3 of 4 keer en toen was het weer een hele tijd stil; het was kort genieten maar de soort was binnen.
De ochtend was inmiddels middag geworden en bij de Mac Donalds scheidden onze wegen weer. Op de weg terug richting Leeuwarden werd nog een stop gemaakt bij Lemmer. Wegens het tijdelijk niet kunnen beschikken over een telescoop werd de (voor mij) nieuwe uitkijktoren(tje) met verrekijker en fototoestel beklommen en na wat scannen werd inderdaad een verdachte maar verre grotere stern waargenomen. Ik maakte wat foto's en na inzoomen bleek het inderdaad om een reuzenstern te gaan. Leuk, maar de manier waarop was natuurlijk wat minder. De stern (of waarschijnlijk 2) weigerde om dichterbij te komen en toen opa met een dozijn kleinkinderen de toren beklom, vond ik het wel welletjes en besloot verder te gaan, wel weer een nieuwe jaarsoort rijker!
De laatste stop van de dag was een klein plas-dras-gebiedje aan de Newtonweg in Leeuwarden (West). Dit gebiedje had ik laatst zelf ontdekt en leek ondanks dat het kleinschalig was en tussen grote bedrijfsgebouwen in lag, toch enigszins veelbelovend. Dit werd bevestigd door de waarneming door Jaap van een zomerkleed drieteenstrandloper, een leuke binnenland-soort. Ook was hier nog een bontbekplevier aanwezig.
Een lekker dagje vogelen met een leuk aantal nieuwe jaarsoorten. De teller staat op dit moment op 255 soorten. De 300 soorten moet toch lukken? Jazeker dat gaat lukken! Het is inmiddels meer de vraag hoever ik eroverheen zal komen. De komende tijd kunnen gemakkelijke soorten als wespendief, zomertortel, Noordse stern, grauwe klauwier, kwartel, spotvogel en steenuil worden opgerold waarna ik zonder al teveel inspanningen binnen no-time de 260 zal passeren (toch?).
Alwin vertelde me laatst dat hij vorig jaar op 1 juli al op de 300 soorten zat. Dat ga ik niet halen maar ik heb 275 soorten op 1 juli als richtlijn aangehouden. Anderhalve maand voor 20 soorten, zal het lukken?
PS: Het weekend van 29 en/of 30 mei ben ik van plan om een ToH Big Day te houden. Als er nog gegadigden zijn om zich aan te sluiten (wat ik erg leuk zou vinden) dan moet je maar even een gil geven.
1 opmerking:
Hoi Vincent,
Heb wel zin in die ToH Big Day.
Weet echter niet hoe ik in contact met je kom.
Groet,
Andre Sikkema
anbab2@gmail.com
Een reactie posten